U bevindt zich hier : EHBO-info > zoeken op thema > EHBO bij kinderen > reanimatie baby
De reanimatie van een baby wordt niet meer aangeleerd aan EHBO-ers, enkel aan professionele hulpverleners. We verwijzen naar gespecialiseerde opleidingen.
Zorg voor veiligheid voor jezelf en het slachtoffer.
Controleer
of de baby nog reageertBEWUSTZIJN
Stimuleer zachtjes door schudden aan de schouders en aan te spreken. Bij baby's met het vermoeden van een nekletsel wordt niet geschud.
Laat de baby zoals hij zich bevindt.
Controleer naar andere letsels.
Roep hulp indien nodig.
Onderzoek regelmatig opnieuw.
Vraag een andere persoon om in de buurt te blijven.
ADEMHALING
Open de luchtweg van de baby door het hoofd achterover te kantelen en de kin omhoog te heffen.
Indien mogelijk in de houding waarin de baby zich bevindt: plaats je hand op het voorhoofd van de baby en kantel het hoofd zachtjes achterover.
Hef gelijktijdig, met de vingertop onder de kin van de baby, de kin omhoog om de luchtweg te openen. Druk niet op de zachte weefsels onder de kin want dat kan de luchtweg belemmeren.
Indien dat problemen oplevert: draai de baby op de rug en open de luchtwegen op dezelfde wijze.
Als een nekletsel vermoed wordt, tracht dan de luchtweg vrij te maken door enkel de kin op te tillen met 2 vingers. Is dit onvoldoende, kantel dan het hoofd een beetje naar achter, totdat de luchtweg open is.
Houd
je gezicht vlak boven het gezicht van het kind en kijk in de richting van de
borstkas:
Kijk naar beweging van de borstkas.
Luister aan de mond en neus van het kind naar ademgeluiden.
Voel met je wang naar uitgeademde lucht.
Kijk, luister en voel tot 10 seconden lang alvorens je besluit dat er geen ademhaling is
Leg de baby op zijn zij. Soms is het nodig een kussentje of
opgerolde deken ter hoogte van de
rugzijde te stoppen om deze positie te behouden.
Controleer regelmatig de ademhaling.
Verwijder
voorzichtig zichtbare belemmeringen uit de mond van de baby.
Beadem 5 maal, waarbij telkens de borstkas omhoog komt en terugzakt:
Breng het hoofdje in een neutrale positie en til de kin omhoog.
Adem in en bedek mond- en neusopeningen met je eigen mond zodat je lippen goed aansluiten. Als bij oudere baby's mond en neus niet gelijktijdig kunnen bedekt worden, dan kan de hulpverlener proberen om enkel de mond of de neus af te dekken met de eigen mond (en de lippen te sluiten om het ontsnappen van lucht te voorkomen).
Blaas rustig in de mond en neus van de baby gedurende één tot anderhalve seconde, voldoende om de borstkas zichtbaar omhoog te doen komen.
Houdt het hoofd achterover en de kin opgtild, neem je mond weg van de baby en kijk terwijl de borstkas haar normale positie opnieuw inneemt als de baby uitademt.
Adem in en beadem in totaal 5 maal.
Controleer bij iedere beademing of de borstkas omhoog komt en terug zakt zoals bij een normale ademhaling.
Terwijl je beademt, let je op beweging of hoesten; dit kunnen tekens van hartwerking zijn. Als je problemen hebt om een geslaagde beademing uit te voeren, dan kan de luchtweg belemmerd zijn:
Controleer de mondholte van het slachtoffer en verwijder zichtbare belemmeringen. Je mag niet blindelings met een vinger in de keel voelen.
Controleer of er voldoende hyperstrekking en kinlift is, maar ook geen overstrekking van de nek.
Doe in totaal 5 pogingen tot beademen. Indien deze zonder succes zijn, ga dan verder met hart massage.
HARTWERKING
Kijk, luister en voel opnieuw of er normale ademhaling aanwezig is, of het slachtoffer hoest of beweegt.
Deze controle duurt maximum 10 seconden.
Ga, indien nodig, verder met beademen totdat de baby zelf ademt.
Draai de baby op de zij (zijlig) als hij bewusteloos blijft.
Onderzoek de baby regelmatig opnieuw.
Start
hartmassage:
Plaats wijs- en middelvinger midden op de borstkast.
Druk met de twee vingertoppen het borstbeen omlaag, ongeveer 1/3 van de diepte van de borstkas van de baby.
Neem de druk weg maar laat je vingers in contact met de borstkas.
Herhaal deze pompbeweging aan een snelheid van ongeveer 100 maal per minuut.
Combineer hartmassage en beademing:
Kantel na 30 X hartmassage het hoofd achterover, til de kin omhoog en beadem 2 X.
Plaats je vingers opnieuw midden op de borstkas en voer 30 hartmassages uit. op het borstbeen en voer 5 hartmassages uit.
Voer verder hartmassage en beademing uit in de verhouding 30:2.
Voortgezette hulp aankomt.
De baby tekens van leven vertoont (spontane ademhaling, bewegen).
Je uitgeput geraakt.
Het hulpcentrum 112 moet zo vroeg mogelijk gebeld worden:
Als er meer dan één hulpverlener aanwezig is, start één hulpverlener de reanimatie terwijl een andere hulpverlener de 112 alarmeert zodra is vastgesteld dat de baby niet ademt.
Als er slechts één hulpverlener aanwezig is: reanimeer
gedurende 1 minuut alvorens de 112 te alarmeren. Misschien is het mogelijk
om de baby mee te dragen terwijl je hulp inroept en intussen hartmassage en
beademing uit te voeren.
Uitzondering: indien de baby gekend is met een hartaandoening en
plots bewusteloos valt, dan moet eerst de 112 gealarmeerd worden alvorens
reanimatie te starten.
| BENADER VEILIG | ||
|
|
||
| CONTROLEER BEWUSTZIJN | ||
|
|
||
| ROEP HULP | ||
|
|
||
| OPEN LUCHTWEG | ||
|
|
||
| CONTROLEER ADEMHALING | ||
|
|
||
| LAAT 112 BELLEN | ||
|
|
||
| BEADEM 5 X | ||
|
|
||
| KIJK NAAR “TEKENS VAN CIRCULATIE” (ademen, hoesten, bewegen) |
||
|
|
||
| HERHAAL: 30 X
HARTMASSAGE + 2 X BEADEMEN |
||
|
|
||
| NA 1 MINUUT: BEL ZELF 112 ALS JE ALLEEN BENT |
© Het Vlaamse Kruis vzw