U bevindt zich hier : EHBO-info > zoeken op thema > algemene onderdelen > het meten van de temperartuur
Het meten van de lichaamstemperatuur gebeurt met een koortsthermometer onder de oksel (axillair), in de aarsholte (rectaal), in de mond onder de tong (sublinguaal) of in het oor (tympanisch).
Door de warmte zet het kwikzilver uit, zodat de kwikzuil in het buisje van een kwikthermometer stijgt, waarbij de verhoging van de temperatuur op de schaal wordt aangeduid. In tegenstelling tot andere thermometers blijft de kwikzuil bij latere afkoeling op de aangegeven waarde staan. Wenst men hem opnieuw te gebruiken, dan dient men de thermometer te schudden tot het kwik zich opnieuw onder de graadindeling bevindt.
Om de temperatuur ter hoogte van de oksel te meten, plaatst men de thermometer zo in de okselholte (die eerst droog gewreven moet worden om het effect van koude door verdamping te vermijden), dat het onderste deel van de kwikkolom aan alle zijden door de huid wordt omsloten. De bovenarm wordt daarbij over het lichaam gelegd, terwijl de elleboog met de andere hand wordt vastgehouden. Na 10 minuten neemt men de thermometer uit de okselholte en leest de lichaamstemperatuur af.
De meting van de oksel wordt het meest gebruikt en kan ook uitgevoerd worden zonder dat de patiënt ontkleed dient te worden, bv. buiten.
Hoewel gecompliceerder van aard, levert het rectaal meten van de temperatuur meer betrouwbare resultaten op. Bij zulke meting legt men de patiënt op zijn zij, met de knieën licht gebogen. Men trekt de bovenste helft van het zitvlak lichtjes omhoog en brengt de thermometer zover in de aars, dat het onderste gedeelte van de kwikkolom er volledig in verdwijnt. De meettijd, waarbij de patiënt op zijn zij blijft liggen, bedraagt 5 minuten. De meetresultaten liggen over het algemeen ongeveer een halve graad hoger dan bij een via de oksel meting.
De normale lichaamtemperatuur bij een volwassene varieert tussen 36 en 37 °C. 's Morgens is ze lager en 's avonds iets hoger. Stijgt de temperatuur tot boven de 37 °C, dan spreekt men van verhoogde temperatuur; vanaf 38 °C spreekt men van koorts. Onder de 36 °C spreekt men van verlaagde temperatuur.
Na gebruik dient de thermometer steeds ontsmet en gereinigd te worden.
Met elektronische thermometers kan de temperatuur op dezelfde wijzen gemeten worden, hoewel een aantal van deze thermometers specifiek voor één van deze meetwijzen gemaakt is (bv. enkel voor rectale meting). De meeste van deze thermometers geven een geluidssignaal als de correcte temperatuur aangegeven wordt.
|
|
|
Een relatief recente ontwikkeling zijn de oorthermometers (tympanische thermometers). Deze toestellen meten de temperatuur van het trommelvlies door het inbrengen van een hulsje in de uitwendige gehoorgang terwijl het oor lichtjes naar boven en naar achter getrokken wordt. In enkele seconden wordt de lichaamstemperatuur aangegeven.Wel dient een patiënt zich reeds een tiental minuten in deze omgeving te bevinden, omdat de waarden anders vals laag zijn.
© Het Vlaamse Kruis vzw