U bevindt zich hier : EHBO-info > zoeken op thema > reanimatie volwassene > reanimatie

Reanimatie

“Reanimatie” is het overnemen van de levensnoodzakelijke functies: ademhaling en hartwerking. Dit is een belangrijke techniek en vaardigheid voor iedere hulpverlener.

Veiligheid

Zorg eerst voor de veiligheid van jezelf, het slachtoffer en de omgeving.

 

Controleer of het slachtoffer nog reageert

Een slachtoffer dat bewust is, ademt nog en heeft nog hartwerking. Iedere bewusteloze patiënt verkeert echter in levensgevaar: hij is immers de controle kwijt over tal van mechanismen en reacties. Deze patiënt beseft bijvoorbeeld niet meer dat zijn tong de luchtweg afsluit. Hij zal geen braaksel kunnen uitspuwen, hij zal zijn gezicht niet uit het water kunnen opheffen, enz...

Nadat we onze veiligheid en die van het slachtoffer verzekerd hebben, controleren we of het slachtoffer bewust is: 

Indien het slachtoffer hierop niet reageert, noemen we het "bewusteloos".

Evenredig met de graad van bewusteloosheid, worden de spieren slapper. Zo ook de kaakspieren en de tongspier. Daardoor kan de tong in de keelholte zakken en zo de luchtweg afsluiten: het slachtoffer stikt in zijn tong.

 

Het slachtoffer antwoordt of beweegt

Als het slachtoffer antwoordt of beweegt:

  1. Laat het slachtoffer liggen zoals je het vindt (zo er geen gevaar dreigt).

  2. Tracht te weten te komen wat er scheelt met het slachtoffer en roep zo nodig hulp in.

  3. Controleer regelmatig opnieuw het bewustzijn.

 

Het slachtoffer reageert niet

Indien het slachtoffer niet reageert:

 

Controleer ademhaling

Maak de luchtweg vrij door het hoofd achterover te kantelen en de kin op te tillen.

Bij een bewusteloos slachtoffer kan de tong in de keelholte zakken en zo de luchtweg afsluiten. Door het hoofd achterover te houden en de kin op te tillen, heffen we de tong omhoog zodat de luchtweg vrij komt.

  1. Hoofd achterover kantelen

  1. Kin optillen

 

Controleer de ademhaling

Terwijl je de luchtweg openhoudt: kijk, luister en voel naar normale ademhaling.

Deze controle verrichten we in één handeling: houd je oor vlak boven het gezicht van het slachtoffer terwijl je het hoofd achterover gekanteld houdt en de kin optilt. Kijk naar de bewegingen van de borstkas. Zo kan je gelijktijdig kijken, luisteren en voelen. In de eerste minuten na een hartstilstand is het mogelijk dat het slachtoffer nog nauwelijks ademt of enkele keren luidruchtig naar adem hapt. Verwar deze situatie niet met normale ademhaling. 

Kijk, luister en voel 5 tot 10 seconden alvorens je besluit dat de ademhaling normaal is. Als je twijfelt of er een normale ademhaling is, handel dan alsof de ademhaling niet normaal is. 

 

Als het slachtoffer normaal ademt

NB: Als het slachtoffer een mogelijk nek- of rugletsel heeft of grote breuken, dan leggen we het slachtoffer NIET in stabiele zijligging. In dit geval moet het slachtoffer zeker continu bewaakt worden. Als in deze situatie de luchtweg niet vrij blijft (bv. door bloed of braaksel) dan wordt ook dit slachtoffer in stabiele zijligging gelegd.

 

Als het slachtoffer niet normaal ademt

Start de reanimatie.

 

Reanimatie

 

  1. Laat de hulpdiensten alarmeren of, indien je alleen bent: 

  1. Start hartmassage.

  1. Combineer hartmassage met mond-op-mondbeademing

  1. Blijf de combinatie hartmassage met mond-op-mondbeademing herhalen

  1. Blijf reanimeren totdat:

 

Een schematisch overzicht van de stappen vindt u hier.

 

 

© Het Vlaamse Kruis vzw