U bevindt zich hier : EHBO-info > zoeken op thema > organisatie van de DGH > de dienst '112'

De dienst '112'

Nog steeds zoeken mensen in een noodgeval eerst hulp bij buren, familie, bekenden, de huisarts… Die zijn niet altijd bereikbaar of beschikbaar en hun tussenkomst is misschien niet voldoende. De eerste reflex zou dus steeds moeten zijn om meteen de hulpdiensten op te roepen.

 

Noodnummers

Sinds 1964 bestaat in België de mogelijkheid om via een eenvoudig oproepnummer de hulpdiensten te verwittigen. Dit nummer werd in de jaren ‘90 aangepast omwille van een Europese harmonisatie.

Je kan vanaf elk vast of mobiel telefoontoestel de brandweer en de medische hulpdiensten oproepen via nummer 112 (of de vroegere 100).Wie uitsluitend politiehulp wenst, gebruikt het nummer 101. De telefoonmaatschappijen zorgen ervoor dat de oproep rechtstreeks toekomt in de desbetreffende centrale (in elke provincie + Brussel).

 

Centrales

Het telefoonnummer van de oproeper verschijnt meteen op het computerscherm. Bij oproepen vanaf een vaste telefoon (huis, publieke cel) verschijnt ook het adres (niet voor geheime nummers). Aan de hand van de gegevens, verstrekt door de oproeper, stuurt de centralist de nodige hulpdiensten ter plaatse. Bij ongevallen op de openbare weg wordt ook de politie verwittigd.

 

Ziekenauto's

De 112-centrale stuurt bij elke oproep voor ziekte of ongeval meteen de dichtstbijzijnde ziekenauto uit. De ziekenauto's voor Dringende Geneeskundige Hulp worden bemand door minstens twee ambulanciers. Zij kregen een basisopleiding van 160 uren en volgen jaarlijks 24 uren bijscholing in de provinciale opleidingscentra.

Na de eerste zorgen ter plaatse wordt het slachtoffer door de ziekenauto naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis met een erkende spoedgevallendienst gebracht.

 

Mobiele UrgentieGroep (MUG)

Indien de ernst of de omvang van de situatie reeds bij de oproep duidelijk is, dan stuurt de 112-centrale ook een MUG-team uit. Zoniet kan dit later nog gebeuren na verdere oproepen of op vraag van de toegekomen ziekenautobemanning.

Een MUG-team bestaat minstens uit een arts en een verpleegkundige, beiden werkzaam op de spoedgevallendienst. In een MUG-wagen is er geen brancard voorzien, er rijdt dus nog apart een ziekenauto naar het slachtoffer.

De MUG-arts start ter plaatse de eerste behandeling en beslist over het vervoer van het slachtoffer (eventueel naar een gespecialiseerd ziekenhuis). Hij begeleidt het slachtoffer in de ziekenauto.

 

© Het Vlaamse Kruis vzw