U bevindt zich hier : EHBO-info > zoeken op thema > bouw en werking van het lichaam > het ademhalingsstelsel

Tijdens het inademen zet de borstkas uit en spannen de middenrifspieren zich op. Op die manier wordt lucht via neus, mond en luchtpijp in de longen aangezogen. Bij het uitademen neemt de borstkas haar oorspronkelijke positie weer in. Ook de spieren van het middenrif ontspannen zich. Daardoor stroomt de lucht naar buiten.

Bij ademnood worden er bijkomende spieren ingeschakeld. Dit noemen we de hulpademhalingsspieren (spieren van de hals- en schoudergordel).
Een volwassene in rust ademt 12 tot 18 maal per minuut. Per keer ademt hij ongeveer 500 ml, dit is dus ongeveer 8 liter per minuut. Deze hoeveelheid kan sterk toenemen bij inspanning.
In de ingeademde lucht zit 20 tot 21 % zuurstof, in de uitgeademde lucht 15 tot 16 %. Daardoor kunnen we door mond-op-mondbeademing nog zuurstof in de longen van het slachtoffer brengen, hoewel we die lucht reeds ingeademd hebben.
© Het Vlaamse Kruis vzw