U bevindt zich hier : EHBO-info > zoeken op thema > traumatologie > steutelbeenbreuk

Sleutelbeenbreuk of claviculafractuur

Een sleutelbeenbreuk of claviculafractuur is een van de meest voorkomende breuken, zowel bij kinderen als bij volwassenen. Met een juiste behandeling (zowel eerste hulp als verdere zorgen) geneest deze breuk vlot. Wanneer er echter nonchalant gehandeld wordt, zorgt dit euvel voor veel problemen.

 

Even wat anatomie opfrissen

Het sleutelbeen dankt zijn Latijnse naam aan het woord clavis wat sleutel betekent. Als je het sleutelbeen van bovenuit bekijkt heeft het een s-vorm. (voor mensen met een grote fantasie zou het zelfs een solsleutel kunnen zijn). Wanneer je het sleutelbeen van vooraan beziet, lijkt het echter recht te zijn. Het sleutelbeen ligt onderhuids waardoor je het gemakkelijk kan voelen. Het verbindt het borstbeen met het schouderblad. Een deel van het sleutelbeen is stevig verbonden met de eerste rib.

Het sleutelbeen zorgt voor de stabiliteit van schouder en arm en draagt bij tot de mogelijkheid om kracht te zetten met de arm. Bovendien beschermt het de belangrijkste bloedvaten en zenuwen die naar de arm gaan en net onder het sleutelbeen lopen.

 

Breuken

Het sleutelbeen is redelijk soepel en kan wel wat kracht opvangen. Breuken van het sleutelbeen treden vooral in het midden op. Dit middelste deel is redelijk dik, de twee uiteinden worden beschermd door een groot aantal ligamenten, spieren en pezen. Met andere woorden: het middelste deel is net een ingebouwd breekpunt dat knapt bij overbelasting, maar dat vlot en zonder al te veel restletsel geneest. Breuken aan de uiteinden van het sleutelbeen komen minder voor en genezen ook minder vlot . De oorzaak van een sleutelbeenbreuk is meestal een val op de schouder en zelden het gevolg van een rechtstreekse slag. Deze breuken komen meer voor bij mannen dan bij vrouwen.

 

Hoe herkennen?

Je kan een sleutelbeenbreuk herkennen doordat de schouder niet meer op de juiste plaats hangt, en meestal wat naar voor zit. Het slachtoffer houdt zijn voorarm tegen zich aan geplooid. Bewegen van de arm is zeer pijnlijk. Soms ziet men de breuk duidelijk (wanneer de breukeinden de huid naar boven duwen), soms is de breuk verstopt onder een bloeduitstorting of zwelling. Opvallend is ook dat de slachtoffers nogal dikwijls spontaan hun hoofd in de richting van de breuk houden om de druk op de breuk te doen verminderen. Het hoofd naar de andere kant draaien doet spieren en pezen opspannen wat voor meer pijn zorgt.
Open sleutelbeenbreuken komen weinig voor.

 

EHBO

We gaan eerst controleren of er verwondingen ter hoogte van de breuk zijn. Open wondjes worden bedekt met een steriel kompres, gedrenkt in een waterig ontsmettingsmiddel. Ter hoogte van de breuk kan je ijs aanbrengen.

Het belangrijkste deel van de behandeling is het immobiliseren van de breuk. Het sleutelbeen onbeweeglijk maken is echter niet gemakkelijk. Wij gebruiken in Het Vlaamse Kruis meestal een draagdoek met vrijwaring van de schouder.

Dit zorgt ervoor dat de arm niet meer beweegt, terwijl er geen druk op het sleutelbeen komt. Dit zou wel het geval zijn met een gewone draagdoek. Andere mogelijkheden zijn het 'Cijfer 8'-verband waarvan echter niet bewezen is dat dit meer voordelen biedt dan een klassiek steunverband.
Verwijs je slachtoffer steeds naar het ziekenhuis. Het vervoer gebeurt bij voorkeur zittend.

 

Waarop letten als EHBO'er?

Als hulpverlener zal je opletten voor abnormale bloeduitstortingen: onder het sleutelbeen lopen de belangrijkste bloedvaten van de arm, deze kunnen beschadigd zijn door de breuk.

Hetzelfde geldt voor de zenuwen: ook die kunnen beschadigd zijn waardoor het slachtoffer gevoels- en bewegingsstoornissen in de arm kan hebben. Besteed ook aandacht aan de ademhaling van je slachtoffer: scherpe botpunten kunnen het longvlies doorprikken wat kortademigheid kan veroorzaken.

 

Verdere behandeling

Breuken van het sleutelbeen worden zelden operatief hersteld. Het sleutelbeen geneest over het algemeen vlot en zonder speciale behandeling. Het volstaat doorgaans om de schouders en de arm een tijdje te immobiliseren, bijvoorbeeld met een klassiek draagverband. Rond de breukeinden vormt zich meestal vrij snel een dikke knobbel (bestaande uit steunweefsel). Deze knobbel zal langzaamaan verbenen en mineraliseren. Na een zestal weken heeft zich rond de breuk een stevige botknobbel ontwikkeld. Deze is aanvankelijk meestal goed zichtbaar maar verdwijnt na verloop van tijd.

Wanneer de breuk open is of met verwikkelingen gepaard gaat, wordt er operatief ingegrepen. Ook om esthetische redenen, om de botknobbel te voorkomen, wordt soms overgegaan tot operatie. Gewoonlijk worden de uiteinden met plaatjes vastgezet. Een ander mogelijkheid is een metalen pin of lange schroef die doorheen het beenmerg van het sleutelbeen wordt gebracht.

 

BESLUIT:

Een sleutelbeenbreuk is meestal een eenvoudige breuk die met eenvoudige middelen zoals een draagdoek met vrijwaring van de schouder kan behandeld worden. Operatief ingrijpen is doorgaans niet nodig. Als EHBO’er onthouden we dat we ook letten op wondjes, bloeduitstortingen, kortademigheid en stoornissen in gevoel of beweging van de arm.
 

© Het Vlaamse Kruis vzw (verschenen in nationaal tijdschrift: 2/2003)