U bevindt zich hier : EHBO-info > zoeken op thema > benadering van een slachtoffer > controle bewustzijn
Een ongeval gebeurd. Het slachtoffer is bewust, maar reageert vertraagd. Of
kreunt wat maar antwoordt niet op vragen. Hoe moet je dit slachtoffer
onderzoeken?
Door verpleegkundigen en ambulanciers wordt vaak melding gemaakt van de
Glasgow Coma Schaal om de graad van bewustzijn te bepalen. Het toepassen van
deze schaal is echter niet altijd zo eenvoudig: enerzijds is de interpretatie
niet gemakkelijk, anderzijds is de schaal vaak te complex om in dringende
omstandigheden te gebruiken.
In de praktijk kan je - door het uitvoeren van 3 testen - een indruk krijgen van
de neurologische toestand van het slachtoffer. Deze gegevens kan je dan
eventueel nog gebruiken om achteraf de Glasgow Coma Schaal te interpreteren.
Het neurologisch onderzoek bestaat uit:
- bevraging van het slachtoffer
- pupilcontrole;
- testen van de kracht aan beide zijden (bewust slachtoffer);
- reactie op pijn (bewusteloos slachtoffer).
Tijdens de "klassieke" controle van de vitale functies, spreken we het
slachtoffer aan terwijl we op de schouders tikken. Wie hierop niet reageert,
noemen we "bewusteloos": in dat geval controleer je eerst ademhaling en
hartwerking. Indien deze aanwezig zijn, dan doe je een pupilcontrole (2) en
reactie op pijn (4).
Reageert het slachtoffer wel op aanspreken, dan gaan we - naast de klassieke
vragen "wat is er gebeurd" en "wat voel je / waar heb je pijn", ook de
oriëntatie testen in persoon, tijd en plaats.
- oriëntatie in persoon: de meeste slachtoffers die antwoorden op vragen, weten
hun eigen naam en voornaam. Hier zal je dus zelden problemen ondervinden.
- oriëntatie in tijd: welke dag van de week het is (maandag, dinsdag, …). Wie
dit niet weet, kan je vragen welke maand of desnoods welk jaar we zijn. Wie niet
weet in welk jaar we zijn (vergissingen rond nieuwjaar niet in rekening
gebracht), is al behoorlijk gedesoriënteerd in tijd! Het vragen naar de dag in
de maand (bv. de 17de) is weinig relevant. Weet jij immers welke dag van de
maand het vandaag is, zonder spieken?
- oriëntatie in plaats: waar ben je nu? Het is wel mogelijk dat het slachtoffer
zich niet herinnert waar hij zich bevond, maar de omgeving herkent. Deze test is
dus ook wat minder interessant.
Bij ieder slachtoffer waarbij we letsels van het zenuwstelsel vermoeden, wordt
de pupilcontrole gedaan. De pupillen van het oog worden kleiner door invallend
licht.
De pupilreactie is een goede parameter: bij personen met een evoluerend
hersenletsel is dit vaak de eerste functie die afwijkingen gaat vertonen: dus
vaak voordat het bewustzijn, de hartslag of de bloeddruk veranderen.
Om de pupillen te controleren, laten we het slachtoffer de ogen sluiten (of
sluiten we zelf de ogen van een bewusteloos slachtoffer). Na enkele seconden
laten we de ogen openen (of openen ze zelf) en letten op de reactie van beide
pupillen. Je kan hierbij gebruik maken van een penlichtje (zoals bij voorbeeld
te koop via onze website), of gewoon het omgevingslicht benutten.
Een normale pupilreactie is aanwezig als:
- de pupillen aan beide zijden kleiner worden;
- dit snel gebeurt (minder dan één seconde) en aan beide zijden even snel;
- de pupillen na de reactie even groot zijn.
Een afwijkende pupilreactie kan veroorzaakt worden door:
- oogafwijkingen (bv. vroegere oogoperaties, aangeboren oogafwijkingen, ...);
- oogdruppels die de doormeter van de pupil beïnvloeden;

Dit kan enkel bij een bewust slachtoffer:
- Laat het slachtoffer jouw handen vastnemen en laat het gelijktijdig in beide
handen knijpen. Je kan dan de kracht beoordelen en eventuele krachtsverschillen
tussen links en rechts opmerken.
- Houd je handen tegen de voeten van het slachtoffer (tegen de tenen aan de
rugzijde van de voet) en laat de tenen naar het slachtoffer toe bewegen ("trek
je tenen naar je toe"). Je kan de kracht beoordelen en eventuele
krachtsverschillen tussen links en rechts opmerken.
Ook al is iemand rechts- of linkshandig:dit verschil in kracht is meestal niet
merkbaar.
Krachtsverschillen kunnen duiden op hersenletsels, maar bv. ook op een
rugletsel.
Wie de opdracht om te knijpen niet begrijpt, is misschien al niet zo goed
bewust?
![]() |
![]() |
Dit dient enkel te gebeuren indien het slachtoffer bewusteloos is.
Druk met een hard voorwerp (bv. balpen) op een nagel van het slachtoffer en neem
de reactie waar: reactie met woorden, grijpen naar die vinger, hand wegtrekken,
geen reactie.
Met deze 4 testen (waarvan je er dus steeds 3 moet uitvoeren) krijg je een
indruk hoe alert het slachtoffer reageert, en eventuele letsels van het
zenuwstelsel opmerken.
Onthoud ze goed, want morgen kan je ze al nodig hebben!
© Het Vlaamse Kruis vzw (verschenen in nationaal tijdschrift: 4/2002)